|
Het
Friese wapen
Het Friese wapen herinnert aan de Middeleeuwen. De 7 blokjes in het
wapenschild van Fryslân verwijzen naar de 7 (middeleeuwse) zeelanden.
Dit waren zelfstandige landstreken langs de kust van Alkmaar tot de
Weser, die samengingen in een verdedigingsverbond tegen de Noormannen.
In zijn oorspronkelijke vorm wordt het wapen in 1830 door het Fries
Genootschap als zegel gebruikt. In de jaren die volgen wordt het wapen
ook als vlag gangbaar. Aan het eind van de 19e eeuw begint de Friese
vlag in te burgeren en wordt populair als symbool van het Friese volk.
De officiële vaststelling van het wapen is nog van tamelijk recente
datum. Door de Staten van Fryslân werd namelijk in hun vergadering van
9 juli 1957 besloten een verzoek aan Hare Majesteit de Koningin te
richten met betrekking tot het gebruik van het wapen voor de provincie
Fryslân, waarvan de beschrijving als volgt luidt:
"In azuur twee gaande, boven elkaar geplaatste leeuwen van goud,
vergezeld van zeven liggende blokjes van hetzelfde, geplaatst 2:2:3. Het
schild gedekt met een gouden kroon van vijf bladeren en vier paarlen en
gehouden door twee leeuwen van goud."
Bij koninklijk besluit, dd. 11 februari 1958, no. 18, is de provincie
bevestigd in het gebruik van dit wapen.
De
Friese vlag

De Friese vlag kenmerkt zich vooral door de 7 banen en de 7 rode
pompe-blêdden (plompe- of waterleliebladeren). Deze 7 pompeblêdden
symboliseren, net als de 7 blokjes in het wapen, de 7 zeelanden.
De vlag is in de huidige vorm nog geen honderd jaar oud. In 1897 werd de
vlag, naar een ontwerp van Wenning, door Gedeputeerde Staten erkend en
in 1927 voor het eerst officieel gebruikt op het Provinsjehûs. Pas in
1957 is de vlag door de Staten van Fryslân vastgesteld en aan de
Koningin ter bevestiging aangeboden. De omschrijving van de Friese vlag
luidt: "Een vlag van zeven schuine banen van gelijke breedte,
afwisselend kobaltblauw en wit; de middenlijn van de middelste baan
beginnende boven aan de broekzijde en gaande van hoek tot hoek; de witte
banen beladen met zeven scharlakenrode plompebladeren loodrecht op de as
van de baan staande en geplaatst 2:3:2."
Dit Statenbesluit is afgekondigd in het provinciaal blad van 21 april
1958, no. 12. Daarin staat ook een gedetailleerde beschrijving van de
constructie van de Friese vlag en van de pompeblêdden.
"Fryslân
hat in eigen taal en is dêr grutsk op".
Eén
van
de meest in het oog springende aspecten van de Friese cultuur is het
bestaan en het gebruik van de Friese
taal in Fryslân. Voor een groot deel van de Friese bevolking is het
gebruik van de eigen taal van wezenlijk belang voor hun functioneren in
de samenleving. De Friese taal levert - met een aantal andere
belangrijke cultuurdragers - een grote bijdrage aan Fryslân zoals het
vandaag de dag is.
Het
Fries is, net als Nederlands, het Duits en het Engels, een oude
westgermaanse taal. Vergelijkt men deze vier talen dat blijkt dat er in
de klanken nogal wat overeenkomsten zijn tussen het Fries en het Engels
aan de ene kant en het Nederlands en het Duits aan de andere kant. Kaas
bijvoorbeeld wordt in het Duits Käse, in het Engels cheese en in het
Fries tsiis.

|